poëzie

who the fuck is lisa

er is 1 nieuw bericht.
nieuw bericht, ontvangen: vandaag om 17:28

‘hoi, uhm, ik denk eigenlijk dat een keer
iets afspreken er toch even niet in zit. sorry.

misschien kom ik je nog wel eens tegen in de toekomst.’

om terug te bellen toets 3…
ik klik weg.

I
m’n vader zit met een veiligheidsbril op
aan de keukentafel.

hij heeft z’n oude chemieset gevonden op zolder.

op het tafelkleed staan potjes en glaswerk.

‘kom’ zegt –ie, ‘dan laat ik je wat zien.’
ik ga tegenover ‘m zitten.

hij neemt een pipet en vult een reageerbuis
met een centimeter kleurloze vloeistof.

hij knipt een stukje magnesiumlint af, pakt het
tussen duim en wijsvinger en laat het in de reageerbuis vallen.

zodra het metaal de vloeistof raakt
begint het te bruisen.

in minder dan een minuut is het weg.

‘zoutzuur’ zegt –ie.
‘pas op dat je het niet op je handen krijgt.’

II
we liggen naast elkaar op bed.

‘weet je dat je vanzelf blij wordt
als je je spieren in een glimlach trekt.’ zegt ze.

we kijken elkaar aan en trekken een glimlach.

‘werkt het’ vraag ik.

‘ja’ zegt ze.

ik sla een arm om haar middel
en trek haar naar me toe.

een paar uur later word ik wakker.

de rode streepjes op het display van de wekker
veranderen van positie.
in het midden knippert een dubbele punt.

ik tel mee. 60, de streepjes wisselen.

ze is alleen gaan liggen. haar rug naar me toe,
ze ademt rustig.

1 arm uitgestoken naar de lege kant van het bed.

III
ik teken in een paar dagen een heel schrift
vol met strips.

hcl-man is de superheld.

hij is een simpel stokfiguurtje
maar op zijn huid kleeft zoutzuur.

alles wat hij aanraakt verdwijnt.

in het laatste plaatje van elke strip
staat hij alleen in een leeg hokje.

2 armen boven zijn hoofd geheven.

zijn kapsel lijkt erg op dat van mij.

———————————–
als je de grap maar snapt

‘sigaretten weer 20 cent duurder.’ hij zucht,
probeert een aansteker, er zit geen gas meer in.

hij staart naar de spotprent,
het meest zinvolle deel van de krant,
en het tv-katern, dat ook.

een typisch ontbijt is 3 vezelrijke crackers
margarine en hagelslag.

‘je eten is genetisch gemodificeerd,’ zeg ik.
dat heb ik gezien in een documentaire.

hij vindt een aansteker die werkt.
hij zucht.

meestal gebeurt er niks, tenminste
je merkt niet dat het stof valt
maar na een maand ligt het er toch.

we vervelen ons niet vaker
dan iemand anders.

‘ik vond ‘m gister beter,’ zegt hij.

de spot vandaag is vooral van zwarte inkt.

hij lacht ongemakkelijk.
‘ik heb vorig weekend iemand gepijpt die hiv-positief is.
hij stuurde me een sms toen ik weer thuis was.’

‘heb je geslikt,’ vraag ik.

hij staat op, rent door de kamer
rukt de deur open, knielt.

hij ziet zichzelf in het water van de wc,
volledig biologisch afbreekbaar,

en kotst.
—————————————
.

I
ik staar in mijn roosvicee, kringgesprek
peuterspeelzaal.

iedereen heeft van het weekend iets gedaan,
het zou me wat.

het slappe rode water.
hun slappe verhalen.

op de houten glijbaan lijk ik erg tevreden.
tussen de bovenkant van de trap
en het landen
ben je alleen.

‘vertel. wat deed je van het weekend.’
ik verzin een verhaal.
ze kijken ongelovig.

II
een juffrouw van de basisschool
belt bezorgd mijn ouders op.

‘uw kind heeft met een speelgoedschep
een vliegenzwam kapotgeslagen.’

er hadden kinderen omheen gestaan,
zij vonden hem mooi.

‘dat is een schimmel,’ had ik gezegd
‘en giftig ook.’
sloeg toe.

de juf had in haar handboek gevonden
welke stoornissen dit konden veroorzaken.

‘vertel. waarom deed je dat.’
ik haal m’n schouders op.

ik kreeg huisarrest, één week.
telde de knopen in het vloerkleed
op mijn kamer.

III
er staan klasgenootjes om me heen.
ze vinden me niet aardig.
ze weten niet precies waarom.

het is de ene keer mijn gezicht
de andere keer de kleren.

ik vind hen vies.
zij vinden mij vies.

we weten niet precies waarom.

IV
ik sta aan de straat voor ons huis
en zet een klappertjespistool tegen m’n hoofd.

de loop is dichtgemaakt met plastic.

ik ben bang voor de knal.

over 3 meter komt een buurvrouw
de hoek om
en ziet een zevenjarig jongetje
dat zich prima alleen kan vermaken.
————————————–
een kutaflevering van de cosby show

I
papa’s jas wappert als hij tegen
het glas van de draaideur duwt.

hij weet precies waar we heen moeten,
ik volg hem.

op de gangen ligt linoleum.
het ruikt overal naar niks.

ik steek m’n neus in m’n sjaal.

op school, na de bel, ruik ik
aan de sjaals en wanten in de grote bak,

die van mij ruiken naar thuis.

II
we zitten aan tafel. we eten andijvie.

m’n moeder zit in de huiskamer aan de telefoon.
papa probeert te horen wat ze zegt.

m’n broer geeft me een volle lepel mosterd.
‘kom op,’ zegt -ie, ‘durf je toch niet.’

ik steek de lepel in m’n mond.

m’n moeder hangt op en komt terug de keuken in.
ze heeft rode ogen.

iedereen is stil. ik begrijp het niet.
de mosterd prikt.

III
papa is naar het winkeltje beneden
om koffie te halen.

ik zit naast mama op het bed.

een verpleegster laat me plaatjes zien
in een boekje voor kinderen van 6 tot 8 jaar.

‘kijk,’ zegt ze, en wijst naar een zwart rondje
met een gemeen gezicht.

‘dit is kees de kankercel.
kees woont in je moeder.’

mama legt haar hand op m’n been
en knijpt zachtjes.

op haar arm zit een naald vastgeplakt.
er loopt een buisje vanuit een doorzichtige zak
omlaag naar haar arm.

medicijnen, heeft de verpleegster uitgelegd.

ik kijk naar het langzaam druppelen
van de vloeistof.

het lijkt gewoon op water.
—————————————–
michel f. knipoogt naar alles

I
hij kijkt alsof hij een trucje doet
en steekt z’n hoofd in een boodschappentas.

het plastic rond z’n mond beweegt heen en weer.

ik kijk en wacht tot het stopt.

na een paar minuten trekt hij de tas
van z’n hoofd.
hij is bezweet.

‘zo makkelijk gaat het niet,’ zegt -ie.

‘misschien,’ zeg ik, ‘werkt krimpfolie beter,
of moet je ‘m met een elastiek om je nek doen,

dan sluit het beter af.’

II
op een middag probeer ik mezelf te waterboarden
met een 1000dingendoekje.

ik kruip met m’n gezicht naar boven
op handen en voeten de douchecabine in.

leg het doekje over m’n neus, mond en ogen
en draai aan de knop.

het voelt alsof ik stik.

niemand houdt me vast. ik draai m’n hoofd weg.

‘je bent niet gebroken,’ zeg ik hardop
en wring het doekje uit.

III
een meisje met felgele kniekousen
en een simpel slipje zet haar webcam aan.

ze is live. voor 75 cent per minuut doet ze
wat je vraagt.

jennifer, net 18, zit wijdbeens op een bed vol knuffels.

ze heeft een injectiespuit met lucht erin.
ze zet de naald op een ader in haar dijen.

aan iedereen die inlogt vraagt ze
of ze het moet doen.

het is 4 uur ’s nachts.
ik zit achter m’n computer en verveel me.

—————————-
(© Daniël Vis)
—————————-

Advertenties

Een reactie op poëzie

  1. Josse zegt:

    Chapeau! Alsof er een konvooi engelen in je ogen ejaculeert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s